Home
   Page
 

Wegvoering

Uit "Vervlogen dagen" van K.Siderius

Enkele maanden, nadat de Duitsers ons hele land onder de voet hadden
gelopen, begonnen ze in het bijzonder de Joden het leven op allerlei wijze moeilijk
te maken. In hotels, cafe's, enz. mochten ze niet meer komen en om
goed herkenbaar te zijn, moesten ze een grote gele vijfhoekige ster, de Davidsster,
op de borst dragen. Van openbare middelen van vervoer, zoals trein, tram,autobus enz.
mochten ze geen gebruik maken. Bakker, slager en verdere leveranciers mochten
geen boodschappen bij hen bezorgen, maar zij moesten die zelf halen; alleen
op vastgestelde uren mochten ze op straat komen. Bij anderen dan geloofsgenoten
mochten ze niet in huis komen: ze mochten alleen geloofsgenoten als huispersoneel hebben.
Zo was de toestand tot 1942.

Uit het Kompas 1 mei 1998 en 12 mei 1998 Artikel geschreven door Arco van der Lee

HOEKSCHE WAARD

Vertrek van Oud-Beijerlandse joden in 1942 vastgelegd

'Ik ben zo terug', riep slager Rood

OUD-BEIJERLAND In Het Kompas van vrijdag 1 mei 1998 is een foto afgedrukt van het vertrek 
van joodse Oud­Beijerlanders op 11 augustus 1942. De foto was genomen op de Molendijk. 
Naar aaleiding van de reacties die hierop binnenkwamen, in deze krant een vervolg.

De Oud-Beijerlander A. Duifhuizen is een van de mensen, die de redactie benaderden over de foto. 
Hij was destijds aanwezig op de Molendijk. Het was Duifhuizen die de  foto maakte die op 1 mei in 
Het Kompas werd afgedrukt.
„Ik heb die dag verder geen mens gezien die fo
to's gemaakt heeft. 
Je mocht ook helemaal niet fotograferen", vertelt Duif huizen.
Hij was in de oorlog en kort na de bevrijding een van de weinige mensen die foto's maakten. 
Filmpjes waren schaars, maar Duifhuizen was bevriend met de joodse fotograaf Strauss, die hem van filmpjes voorzag. 
Deze fotograaf Strauss was afkomstig uit Rotterdam maar had een winkel op de Oostdijk.

Duitsers 
Duifhuizen herinnert zich 11 augustus 1942 nog goed. Hij was naar de Molendijk gekomen om samen 
met de joodse familie Rood per tram naar Rotterdam te gaan. Daar moest de familie Rood zich melden. 
Duifhuizen was goed bevriend met Elie Rood, de zoon van slager Rood. Kort voor het vertrek van de 
tram heeft Duifhuizen een serie foto's gemaakt. 




Dat kon, omdat er niemand was die dat kon verbieden. ,,In die tijd waren de Duitsers van de 
dijk vertrokken. Zij wilden geen ophef ', herinnert hij zich. Op de eerste foto is to zien hoe 
Henrietta Wilhelmina Boers met haar ouders over de dijk naar de tram loopt. Ze wordt omringd 
door nieuwsgierige kinderen. De 17-jarige Henrietta moest zich als jodin in Rotterdam 
melden. Ze heeft de oorlog niet overleefd. Haar ouders David en Bertha zijn later ondergedoken 
en hebben de oorlog wel overleefd. 
Op de foto is to zien dat vader David Boers een jodenster op heeft.

Keuvel 
Op de
 tweede foto die hierbij wordt afgedrukt, staat de tram voor het pand van slager 
Rood. "Bij het pand ernaast, de drogisterij Van der Heiden, staat oma Van der Heiden met haar 
keuvel op in de deuropening", vertelt Duif huizen. Duifhuizen herinnert zich dat velen, zoals 
op de foto's te zien is, naar de dijk kwamen waardoor het vertrek van de tram 
leidde  tot een volksoploop.



Duifhuizen herinnert zich dat velen gewoon uit nieuwsgierigheid gingen kijken hoe de joden 
Oud-Beijerland verl aten. Een andere getuige, P. Both herinnert zich dat veel mensen naar de 
Molendijk toe gingen om afscheid te nemen. Het ging gewoon om mensen. Het waren dorpsgenoten.
“Ze zaten gewoon op de Openbare school”. Hij herinnert zich slager Rood nog. “Bram Rood was een goede slager”, aldus Bot.

MOFFEN 
De derde foto is gemaakt kort voordat Duifhuizen zelf op de tram stapte om samen met Cees Leeuwenhoek  het gezin Rood te begeleiden. 
Het slagersgezin bestond uit: Betje (50) Abraham (47), Elie (19) en Vrouwke (16). 
"Ik heb nog geprobeerd ze onder te laten duiken, maar ze wilden niet of durfden niet”, 
vertelde Duifhuizen. 
Bij het afscheid van Oud-Beijerland riep slager Rood “Ik ben zo terug” melden de getuigen P.Both en A.A.de Jong.



In de RTM-tram zaten de Oud-Beijerlandse joden gewoon tussen passagiers, die een dagje naar Rotterdam gingen.
‘Gesproken werd er niet veel. Je kon immers niet vooruitkijken. Je wist niet wat er ging gebeuren'. 

Nadat de tram het eindpunt aan de Rosestraat had bereikt, werd de reis te voet voortgezet. 
We hebben gelopen tot bij het Poortgebouw. Daar was een loods met moffen voor het 
gebouw. We zijn tot aan de poort geweest. Daar hebben we elkaar een hand gegeven. 
Daarna hebben we niets meer van ze gehoord'. 
Het gezin Rood heeft de oorlog niet overleefd. 

De genoemde loods was loods 24. 



Loods 24 was in het toenmalige havengebied gelegen achter het Poortgebouw. 

Op het terrein van de loods heeft lange tijd een muur gestaan, waarin een gedenkteken 
is geplaats ter herinnering aan de dramatische gebeurtenissen rond en binnen deze 
loods 24.



Het gedenkteken zelf.