Naar
HomePage




 

  

Restauratie

OUD-BEIJERLAND - Leden van de werkgroep van de Stichting ‘Boete en Verzoening
met Israel, Ismaël en anderen' laten zich door de warmte niet weerhouden van hun
werkzaamheden aan de joodse begraafplaats aan de Irenestraat in Oud-Beijerland.
Met pet of hoed op het hoofd en gezeten onder een parasol worden de hekken om de
graven ontroest en vervolgens opnieuw beschilderd. Anderen beschilderen zorgvuldig
met penseel de letters op de graven met zwarte verf. Scheefgezakte tegels worden
rechtgezet en gebroken stenen waar mogelijk gerepareerd. De acht leden, die nog de
gehele week op de begraafplaats in OudBeijerland aan het werk zullen zijn, zien hun
vrijwillige inzet als een bijdrage tot verzoening en een gebaar van vriendschap naar
de joodse gemeenschap toe.

foto van Rein Geleijnse

De werkgroep bestaat uit christenen uit diverse kerken. Elk jaar geven zij enkele
     dagen tot weken van hun tijd om onderhoud te verrichten op een joodse begraafplaats.
Dit jaar worden onderhoud verricht op de begraafplaatsen in Rotterdam en
Oud-Beijerland. Op de vraag wat de leden beweegt om zich in te zetten, haalt
Jelle Molenaar een folder van de werkgroep te voorschijn. Daarin staat duidelijk
verwoord waarom de leden aan de slag gaan. ,,De werkgroep wordt gevormd door
christenen, die kennis hebben genomen van wat er in het verleden de joden aan
vijandigs is aangedaan en daarover bitter verdriet gevoelen. Christenen hebben
joden gediscrimineerd en onterecht van gruwelijkheden beschuldigd, zoals die van
rituele moord, hostieschennis en vergiftiging van de drinkwaterbronnen. Het hele
joodse volk werd elke generatie opnieuw onophoudelijk beladen met het verwijt
Jesjoea van Nazareth vermoord te hebben. Wij erkennen dat de vijandschap der
Christenen vaak ontaardde in vernedering en verbanning van joden, in beroving en
moord.”

Molenaar vertelt als jongen al door dit gebeuren geraakt te zijn. ,,Mijn ouders
waren bij het Jodendom betrokken en hebben joden in de oorlog onderdak gegeven.
Als jongen wist ik er al alles van.” Molenaar geeft aan dat hij met veel andere
Christenen een diepe pijn en schaamte voelt over deze gebeurtenissen. ,,Wij willen
daden van vriendschap stellen tegenover de vijandschap van vroeger. Daadwerkelijk
daden stellen helpt meer dan mooie praatjes. Wij laten zien dat wij het menen en
ervaren dat de contacten met joden herstellen.”

Direct bij aankomst viel het Jelle Molenaar en zijn ‘collega' Johan de Wolff op
dat zorg is besteed aan de begraafplaats in Oud-Beijerland. ,,Het terrein is
goed onderhouden en het groen staat er verzorgd bij.” Het hekwerk voor de
begraafplaats aan de zijde van de straat noemt het tweetal ‘prachtig'.
,,Daaruit blijkt de enorme betrokkenheid van de 0ud-Beijerlandse gemeenschap.”
Tevreden kijkt het tweetal in het rond. ,,Oude bomen zijn vervangen door
frisse nieuwe bomen”, wordt opgemerkt. ,,Dit is bepaald niet overal zo”, zegt
Molenaar. ,,We komen ook op begraafplaatsen waar de gemeente slechts eenmaal
per jaar onderhoud verricht en de afscherming uit oude palen met prikkeldraad
bestaat. Sommige gemeenten moeten er op gewezen worden. Hier is dat bepaald
niet nodig. Oud-Beijerland geeft het goede voorbeeld en toont hoe het zou moeten zijn.”

Onder een parasol zit Alie van den Berg op haar knieën voor een grafsteen.
Zij verft de letters zwart. De grafstenen zijn voor het merendeel van zowel een
Hebreeuws als een Nederlandse opschrift voorzien.
Tussen de graven valt het graf van een Rabijn van het geslacht Levi op, die destijds
leiding heeft gegeven aan de toenmalige synagoge in Oud-Beijerland. Op het graf van
Levie van den Berg is een afbeelding van twee handen te zien. De vingers van
elke hand twee-aan-twee gespreid. ,,Dat heeft met de priesterzegen te maken”,
verklaart Alie.
De Oud-Beijerlandse verdiept zich al enkele tientallen jaren in de joodse geschiedenis.
Een boekje met de titel ‘Joodse gemeenschap van Oud-Beijerland' is door haar geschreven.
,,In Oud-Beijerland heeft ook een synagoge gestaan”, vertelt Alie. ,,Na de oorlog is
het gebouw verbouwd tot huishoudschool. Daar heb ik gewerkt, dus eigenlijk heb ik
nog gewerkt in de oude synagoge.”


  Twee stenen van de synagoge bevinden zich in museum Het Oude Raadhuys aan de
Waterstal.
De begraafplaats dateert uit 1867. Destijds kocht de joodse gemeenschap
grond van de heer Stougie aan de Ossenbil zoals de locatie toen heette.
Uit die tijd stammen ook de eerste graven. Het jongste graf betreft Jacob Rosenberg
geboren in 1912. Hij overleed op 15 mei 1940. Alie van den Berg heeft alle graf stenen
gefotografeerd en daarna de Hebreeuwse tekst laten vertalen door de heer Sanberg
van de werkgroep Kerk en Israel van de PKN. ,,Ik heb elfhonderd joodse namen.