Naar
HomePage




 

Joodse Familienamen

Bij Keizerlijk Decreet van 20 juli 1808 werd bepaald, dat alle personen,
die nog geen vaste familienaam hadden, deze binnen drie maanden moesten aannemen.
Hoewel deze bepalingen met geheel werden opgevolgd, moesten de joden er toch voor
1812 toe overgaan, in verband met de invoering van de burgerlijke stand.

Op 31 december 1811 werden daarom de volgende familienamen aangenomen:
1. Goudsmit (voornaam Simon); 2. van Koppels (voornaamJozeph);
3. Koopman (voornaam Philip); 4. de Haas (voornaam Simon); 5. Pinkhof (voornaam Salomon).
(Uit: joods familie archief).

Daarmee kwam een eind aan namen als Jacob van David, Hartog van Philip, enz.
Onderling is deze gewoonte echter lang in stand gebleven. Ook bij de Hollandse namen
was men er al lang toe overgegaan om van de namen als Jan Willemszoon of afgekort
tot Jan Willemsz., de naam Willems als familienaam te beschouwen. De joden hadden
echter ter onderscheiding van dezelfde namen vaak de plaats waar ze woonden toegevoegd.
Zo ontstond uit de naam Meijer Strien de naam Meijer Zwarenstein uit Strijen.
                           Wolf Klaaswaal werd Wolf Heijmans uit Klaaswaal, enz.

De lijst van alle personen die tot de Ring-Synagoge van Oud-Beijerland behoorden,
werd in 1862 vernieuwd.
De oude lijst ging hierna verloren.
Voor genealogisch onderzoek leverde dit moeilijkheden op.