Naar
HomePage




 

DE BEGRAAFPLAATS

Het bestaan van de joodse gemeenschap in Oud-Beijerland voor 1800 bleek, behalve
uit enkele aantekeningen in een joods besnijdenisboek, ook uit de koop van een stuk
grond aan de Ossenbil (nu Prinses Irenestraat) dat de joodse begraafplaats werd.
In het Rechterlijk Archief van Oud-Beijerland vonden we nog de koopakte vermeld.
Bastiaan Stougie verkocht op 25 maart 1790 aan Salomon Davids als gemachtigde
van de joodse gemeente, de helft van een boomgaard ten oosten van de Langeweg
voor 100 gulden. Op 8 mei 1807 kocht Barag Meijer voor de joodse gemeente nog
een stuk tuin ten oosten daarvan voor 750 gulden, blijkbaar bedoeld als uitbreiding
van de begraafplaats.

Deze begraafplaats was vroeger omringd door een betonnen schutting,
Bij de ingang stond: “Heden ik, morgen gij”.
Dankzij een initiatief van de plaatselijke scholengemeenschap ‘Willem van Oranje‘ kon
de begraafplaats in 1997 worden voorzien van een nieuw hek.
De details van het hek, zoals de Davidsterren en krullen zijn vervaardigd door
Abraham Verloop.

        


Er waren wel eens plannen tot het overbrengen van de stoffelijke resten van de
algemene begraafplaats, maar volgens de joodse wetten mocht de aarde van een
begraafplaats zelfs na jaren niet worden beroerd. De joodse gemeenschap in ons
land oefent nog toezicht uit op deze dodenakker.
Het schijnt dat er voor het bestaan van de begraafplaats in Oud-Beijerland nog wel
Joden werden begraven in Geervliet. Hierover kon echter niets meer achterhaald worden.

Wanneer op een steen een hand met uitgespreide vingers, met alleen tussen de middelste
vingers een opening voorkomt, betekent dit dat daar een priester (Koheen), afstammeling
van Aaron, begraven ligt. De priesters hebben de taak het volk in de synagoge te zegenen,
waarbij de vingers worden gehouden als zojuist omschreven.

     

Een schenkkan op een steen duidt er op dat daar een Leviet (lid van de stam Levie)
begraven ligt. De Levieten hebben de taak voor het zegenen de handen van de priesters te wassen.

     

Een kleine steen dichtbij het hek:

         

Stenen kunnen ook iets tot uitdrukking brengen, zoals op de onderstaande steen.
Men lette op de gebroken tak. Dit moest tot uitdrukking brengen dat een leven
voortijdig beëindigd was geworden.

    

Op de stenen van de begraafplaats treft men ook afkoringen aan (meestal aan de onderzijde),
zoals op de onderstaande steen. Er staat in grote letters Z. A. R. I. V.
Deze afkorting betekent "Zijn assche ruste in vrede". Dit geldt dus voor een manspersoon.

   

Voor een vrouwspersoon staat er een andere afkorting, te zien op de onderstaande steen.
Er staat dan Z. R. I. V. hetgeen betekent "Zij ruste in vrede".

   

De onderstaande steen staat op het graf van iemand die als laatste persoon op de
begraafplaats is begraven.

 

De joodse begraafplaats wordt tegenwoordig beheerd door de gemeente Oud-Beijerland.